Lentekriebels in herinnering

Gepubliceerd op 2 juli 2022 om 13:16

Soms heb je dat, dan plopt er een herinnering van vroeger door je hoofd. Door de lentekriebels van dit moment plopte bij mij een herinnering naar boven.

Het is een mooie lentedag, ergens in April. Het is vroeg in de ochtend en de zon schijnt , de lucht is blauw en er staat geen wind. Het is heerlijk weer om thuis te blijven, maar ik moet wel naar school. Op deze vroege ochtend loop ik met mijn zware lederen schooltas te trap af naar beneden waar mijn vader aan tafel zit met zijn beker koffie, krant en een brandend shaggie in zijn mond. Hij wacht op zijn collega, die hem ophaald om vervolgens naar hun werk te gaan. 

Mijn vader wenst mij goedemorgen en neemt de laatste slok van mijn koffie en slaat zijn krant dicht, want door het keukenraam zien we bet wiite busje van zijn collega aankomen. Ik zeg mijn vader gedag en hij loopt de deur uit met zijn kleine wit blauwe koelbox, hij zwaait nog even naar me en stapt in de bus.ndertussen schenk ik voor mijzelf in en smeer ik een stapel broodjes, waarvan ik er eentje oppeuzel boven de krant die mijn vader net dichtgeslagen heeft. Al lezend en kauwend hoor ik boven een wekker gaan, mijn moeder en broer te worden ook wakker, want ik hoor ze boven stommelen en praten. Ze kunnen het rustig aan doen want mijn moeder is vrij vandaag en mijn broertje begint wat later. 
Ondertussen is het voor mij tijd om naar school te gaan. Ik geef een brul naar boven dat ik ga en mijn moeder wenst mij een fijne dag. Ik stop mijn broodtrommeltje en een paar pakjes drinken in mijn lederen schooltas en ik stap naar buiten. Ik gooi mijn tas op de grond en ik neem een teug van de vroege frisse voorjaarslucht. Ik draai de slot van de schuur los en ik pak mijn fiets eruit en doe de deur dicht. Mijn tas pak ik van de grond en leg hem op mijn bagagedrager en doe mijn snelbinders en een extra spring eroverheen, zodat hij goed vast zit. Want ik kom vaak van die vervelende etters tegen die je tas van je fiets af te proberen trappen..

Nu hebben daar geen kans toe bij mij. Ik stap op mijn fiets en begin mijn dagelijkse tocht naar school in de stad, dat is 15 kilometer fietsen. Ik rij de straat uit en geniet nu al van het voorjaarszonnetje. Ik stop even om mijn zonnebril op te doen, want de zon schijnt pittig in mijn 9gen en daar kan ik niet goed tegen. Ik stap weer op mijn fiets om mijn weg te vervolgen. Eerst langs een vijver waar de ee does vrolijk kwetteren en kwaken, ik kan zo blij worden van dit geluid. Ik denk bij mijzelf; later als ik groot ben wil ik ook eenden in een vijver. Ik fiets door het dorp naar de lange weg naar de stad, ik sluit bij een kolonie andere mede scholieren aan die ook naar de stad naar school gaan. 

Genietend van de zon, afsluitende vogels en de gesprekken voor me trap ik vrolijk verder. Langs de weilanden met koeien, tulpen in heel veel verschillende kleuren en de pasgebroren lammetjes die met je mee rennen. Nee, zo is het geen straf om elke dag naar school te fietsen.
In het volgende dorp aangekomen komt er heerlijke geur je tegemoet. Het is de geur van vers gebakken brood van de warme bakker. Hij laat altijd zijn pas gebakken brood buiten afkoelen zodat de geur over de gehele omgeving wordt verspreid. Ik trap vrolijk verder in dezelfde kolonie, waar nog veel meer mensen zijn aangesloten. Langs de kerk, onder de viaduct door en over het fietspad langs de snelweg waar nog veel meer mensen uit omliggende dorpen fietsen. In een grote lange kolonie fietsen we naar de stad waar de verschillende scholen staan en zo wordt de kolonie weer kleiner. De weg oversteken en bij de spoorwegovergang moeten we even stoppen voor de trein die langzaam optrekt vanaf het station. Ondertussen kom ik mijn klasgenoten tegen, we groeten elkaar en samen trappen we naar school om onze fietsen in de fietsenstalling te parken. We horen de zoemer van school en we rennen naar binnen om de les te volgen.. 


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.